Buitentegels leggen zonder dat je terras na één winter scheef ligt

Het leggen zelf is het makkelijkste deel. Een terras dat na een winter golft, plassen vasthoudt of tegels heeft die wiebelen, is bijna altijd misgegaan onder de tegels. Wie de ondergrond goed voorbereidt, heeft er jaren plezier van.

Begin met een plan op papier

Meet het terras op en teken het op schaal. Zo bereken je hoeveel tegels je nodig hebt en zie je meteen of je veel moet zagen. Kies de maat van het terras bij voorkeur in hele tegels, inclusief voegen. Bestel zo’n vijf tot tien procent extra voor zaagwerk en breuk. Een praktische uitleg over buitentegels leggen helpt je om de volgorde van de stappen scherp te krijgen voordat je de schop in de grond zet.

Bepaal ook waar het regenwater naartoe moet. Een terras hoort af te lopen van het huis af, met een afschot van één à twee centimeter per meter. Dat zie je met het blote oog nauwelijks, maar een waterpas liegt niet.

Afgraven en ophogen

Graaf de grond af tot de dikte van de tegel, plus een zandbed van drie à vijf centimeter, plus een funderingslaag. Voor een terras waar je alleen overheen loopt, is een goed verdichte laag ophoogzand van tien tot vijftien centimeter meestal voldoende. Komt er een zware bloembak, een buitenkeuken of een jacuzzi op, kies dan voor een fundering van menggranulaat.

Verdicht elke laag apart met een trilplaat. Een trilplaat huur je voor een dag bij de meeste bouwmarkten en verhuurbedrijven. Zand dat niet verdicht is, zakt later alsnog in, en precies daar ontstaan de kuilen waar het water in blijft staan.

Opsluitbanden en het zandbed

Zet eerst de opsluitbanden langs de randen. Ze houden het zand en de tegels op hun plek, ook als er jaren later iemand met een kruiwagen over de rand rijdt. Zet de banden in een klein beetje aardvochtige mortel.

Trek daarna het straatzand af met een rei over twee geleiders, zoals metalen buizen of latten. Die geleiders leg je op de juiste hoogte en met het juiste afschot. Loop niet meer over het afgetrokken zand, maar werk vanaf de tegels die al liggen.

Tegels leggen en afwerken

Betontegels leg je direct op het zandbed. Tik ze aan met een rubberen hamer en controleer regelmatig of de voegen recht lopen met een uitgezette draad. Keramische buitentegels zijn dunner en harder, en vragen meestal een drainagemortel als ondergrond. Controleer bij aankoop wat de fabrikant voorschrijft, want dat verschilt per tegel.

Tril betontegels na het leggen nog één keer aan, met een rubberen mat onder de trilplaat om krassen te voorkomen. Veeg de voegen daarna vol met voegzand. Onkruidwerend voegzand kost meer, maar scheelt jaren wieden. Bij keramiek gebruik je een voegmortel die geschikt is voor buiten.

Welke tegel kies je?

Betontegels zijn goedkoop, sterk en makkelijk te leggen. In de schaduw worden ze na een paar jaar groen, en in de volle zon verkleuren ze. Keramische tegels houden hun kleur, nemen vrijwel geen water op en zijn makkelijk schoon te houden. Ze zijn wel duurder en vragen meer precisie bij het leggen. Natuursteen, zoals leisteen of blauwe hardsteen, is zwaar en vraagt om een fundering die op dat gewicht is berekend.

Het juiste moment

Leg geen tegels bij vorst en liever ook niet tijdens een week met veel regen, want nat zand is lastig te verdichten en mortel hardt niet goed uit bij lage temperaturen. Het voorjaar en het vroege najaar zijn de prettigste periodes. Twijfel je over tegelsoorten, formaten of de juiste voeg, dan vind je in de Tegelhoek gids uitleg over tegels voor binnen en buiten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *